![]() |
|
![]() |
||||||||||||||
|
Op deze pagina kun je een interview lezen met... |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
|
klik hier om het interview met Andreas Zapatinas te lezen... |
||||||||||||||||
|
Thuis bij Peter Davis... Hij is van geboorte en opvoeding Amerikaan, maar heeft zichzelf een flink stuk van de Italiaanse ziel eigengemaakt. Die conclusie mag je zonder meer trekken als je de gewaagde Coupé Fiat en de verrassende Multipla beziet, Italiaanse auto’s in hart en nieren. Peter Davis, ontwerpchef van het Fiat Centro Stile, leverde er belangrijke tot doorslaggevende bijdragen aan.
Cantarella laat heel duidelijk blijken waarover hij enthousiast is, wat hij mooi vindt en in welke richting we verder moeten gaan. Hij heeft het lef meer op zijn eigen gevoel te vertrouwen dan op raadgevingen van de mensen van de marketing. Hij start geen onderzoeken en clinics omdat hij van de verantwoordelijkheid af wil, maar neemt eerst zelf een beslissing en laat die dan toetsen. Zo zet je een koers uit, zo voorkom je een compromisloos beleid, zo toon je visie. En daar houd ik van.” Chefontwerper Peter davis (41) woont in Almese, een dorp dat zo’n achttien Autostrada minuten van Turijn verwijdert ligt, tussen twee grote bergen. Op een ervan staat een oud klooster, op de andere een groot kruisbeeld, dat volgens de lokale bevolking behekst is. Peter:“ Volgens sommige mensen hier vormt het kruis een driehoek met kruisen op ander bergen. En in die triangel zijn vreemde dingen gebeurd.” Hij woont klein, met vanaf zijn terras een jaloersmakend goed uitzicht op het zwembad van zijn buren. Davis heeft een Schotse echtgenote en twee jonge dochters, die hun eerste rijervaringen opdoen in een Fiat 500L trapauto. Vanwege zijn “girls” heeft hij zijn studio thuis moeten opgeven, waardoor je hem soms met zijn laptop in de keuken kunt aantreffen. Het gezin Davis is op zoek naar iets groters, maar doet dat voorzichtig, want het houdt van het leven in een klein Italiaans dorp en wil een goede keuze maken. Op de leestafel liggen nummers van Classic & Sportscar en Motorsport en er staan schaalmodellen van diverse auto’s, onder meer een Dodge Viper, de Porsches 356 & Boxster, een jaguar E-type, Cadillac, Auto Union en een Ferarri 456 GT. “Dat zijn auto’s die ik mooi vind, die iets voor me betekenen. Ik heb zo een stuk of dertig modellen, maar die heb ik voor mijn kinderen in veiligheid moeten brengen. Deze heb ik hier neergezet omdat ik dacht dat we er misschien over zouden praten.” Tegen de wand staat een kleurrijk portret van zijn vrouw. Peter Davis pakt het op en vraagt ons het van dichtbij te bekijken. Het blijkt te zijn gemaakt van kleine stukjes gekleurde, zelfklevende folie, die met de schaar in vorm zijn geknipt totdat ze dit “schilderij” vormden, een monnikenwerk. “Gemaakt door Chris Bangle, een hele goede vriend van me. Hij heeft van alle vrouwen van zijn vrienden zo’n portret gemaakt.” Davis is anders dan Alfa-ontwerper Walter da’ Silva. Hij laat zijn emoties niet zo gemakkelijk de vrije loop, maar laat ze gecontroleerden gedoseerd ontsnappen. Geeft blijk van een goed gevoel voor humor en een gezonde dosis zelfspot. Hij denkt goed over zijn woorden na en laat zich in het kalme doch behaagljke vuur van het gesprek nauwelijks bedrijfsgeheimen ontfutselen. Slechts één: hij werkt aan het ontwerp voor een nieuwe grote Fiat, een sedan, bestemd voor het marktsegment boven de Marea.
Chris Bangle, nu ontwerpchef bij BMW, heeft een sleutelrol in het leven van Davis gespeeld. “Van de eerste to de laatste dag hebben we samen het College of Design in Californië gedaan. Van jongs af aan wilde ik auto-ontwerper worden, maar het was in die tijd moeilijk aan een baan te komen.GM ontsloeg mensen en zo. Ik had een goedontwikkeld gevoel voor techniek en koos daarom voor een baan als industrieel ontwerper en kwam aan de slag bij een consulting company in Atlanta. Sollicitatie gesprekken heb ik gehad bij Olivetti en bij Philips, bij jullie in Eindhoven. Op een goede dag belde mijn vriend Chris Bangle me, die toen bij Opel werkte. Of ik zin had ook daarheen te komen. Dat deed ik, het was in 1983 als interieurontwerper. Heerlijk. Het interieur van een auto is één grote puzzel, en ik houd van puzzelen. Dankzij Opel spreekt Davis nog altijd vloeiend Duits. Met Wayne Cherry als chef, tekende hij het binnenwerk van de Omega, de Senator, de vectra, de Corsa en de Astra. En hij ging
altijd in Italië op vakantie. Hij vervolgt met een grote grijns: “Na zes jaar bij Opel in Frankfurt dacht ik: als ik hier nog één jaar zit, werk ik hier over 20 jaar nog. Ik was
toen 32 en zat een beetje in een dal. In een poging daar verandering in te brengen, heb ik mijn vrouw maar ten huwelijk gevraagd. Ze gaf me geen antwoord, maar nadat
Chris bangle me voor een tweede keer gebeld had, zei ze “ja”. Want ik kon naar Italië. Chris was toen ontwerpchef bij Fiaten vroeg me of ik assistent-chef interieurs
wilde worden. Nu, dat wilde ik wel.” Chris Bangle verkaste zo’n vijf jaar geleden naar BMW en toen kon Davis zijn chef-job overnemen. Lachend: “ik zeg niet dat ik de
allerbeste ontwerper ben, maar ik heb er wel een talent voor op het juiste moment op de juiste plaats te zijn.” Van de zaak rijdt Davis een Marea SW, maar hij heeft voor zichzelf een barchetta aangeschaft, een limited edition (nummer 1964) met rood leer en een rode softtop. Zulks tot grote verwondering van zijn collega’s, want in de ogen van de traditionele Italiaan hoort een gezinshoofd een gezinsauto te rijden en geen tweezitter. Davis moet daar alleen maar om glimlachen, trekt zijn garagedeur open laat zijn liefhebbers auto zien: een plaatje van een (zilvergrijze) Lancia Fulvia 3, ook niet echt een familieauto.
Van wat voor soort auto’s houdt hij nog meer? “Ik heb altijd wel iets met Fiats gehad, mijn ouders reden een 128 3P. Als industrieel ontwerper van huis uit, heb ik bewondering voor de Uno en de Panda, omdat dat van die eerlijke onopgesmukte auto’s zijn. Ik heb nog altijd een zwak voor Amerikanen. Een thunderbird van ’57 vind ik prachtig, maar ik houdt ook van een Viper en vind dat Chrysler tegenwoordig heel goede dingen doet. Zo’n 300M is een geweldige auto. Qua proporties is een Mercedes SLK heel erg geslaagd. Voor de Porsche Boxster heb ik ook veel bewondering. Er zit geen emotionele passie in het ontwerp, maar elk onderdeel straalt een soort van ingenieurs-passie uit, een verlangen naar technische volmaaktheid. De VW Beetle vind ik ook heerlijk, omdat het een echte designers-auto is, tot stand gekomen zonder beperkende voorwaarden. De A-klasse? Daar praten we op een andere avond over, als we geen wijn drinken maar bier”
De originele tekst is geschreven door Ton Roks en de foto’s zijn van Henk van den Hurk. |
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
Heeft u opmerkingen en/of suggesties mail dan naar Ruud |
||||||||||||||||